(03) Landsmeer – Haaldersbroek

We begonnen deze wandeling vanaf station Koog-Zaandijk. Met de vele toeristen gingen we langs de vele molens van de Zaansche Schans naar het begin punt van deze etappe. Door De Kalverpolder, van oorsprong een veenweidegebied, begonnen we aan onze etappe.

We vervolgens onze weg door Enge Wormer, Na de Beemster en de Purmer werden in de 17e eeuw vele andere gebieden drooggelegd volgens het beroemde concept van de waterbouwkundige en molenmaker Leeghwater. De Enge Wormer was in 1638 aan de beurt. In de nieuwe polders werd vaak koolzaad verbouwd. Eromheen stonden veel oliemolens (vaak omgebouwde watermolens) voor de verwerking van het zaad tot olie.

Langs de rand van Wormer lopen we richting de Zaan. Daar gaan we de dijk op en deze volgen we een paar kilometer. Verderop langs de Knollendammer Vaart. Rechts van ons ligt het Wormer¬ en Jisperveld. Deze behoren tot de rijkste weidevogelgebieden van Nederland. De vogelrijkdom is te danken aan de hoge grondwaterstand. In de natte, zachte bodem vinden weidevogels wormen, larven en insecten. Begrazing door limousinerunderen levert hobbelige graslanden op, waar ook de veeleisende kemphaan aan de kost komt.

We komen aan bij het pontje Spijkerboor. Maar voordat we overvaren gaan we even op een terrasje zitten voor de koffie. Vanaf het terrasje genieten we van het uitzicht over het water, het pontje wat vele voetgangers en fietsers overzet, en de leuke gesprekken met andere mensen op het terras.

Als we zijn overgezet lopen we langs Fort Spijkboor, Het verdedigingswerk uit 1887 maakte deel uit van de Stelling van Amsterdam. De brede kring van 42 forten, sluizen en 135 km dijk werd als verdedigingslinie rond Amsterdam gelegd. De Beemster maakte deel uit van de verdediging als gebied dat onder water gezet kon worden. De stelling bleek na WOI hopeloos verouderd en is in 1922 afgedankt. De linie staat nu op de Werelderfgoedlijst. Fort Spijkerboor deed tussen 1918 en 1950 dienst als gevangenis. In 1945¬‘47 was het een kamp voor NSB’ers. Als geïsoleerde terreinen hebben de forten zich tot verrassende natuurgebiedjes ontwikkeld.

We lopen verder en komen uit in de leuke dorpjes De Rijp en Graft. Het dubbeldorp Graft¬De Rijp ontstond als een rij boerderijen van waaruit het veen ontgonnen werd. Hun bloei beleefden ze in de 17e eeuw. De haringvisserij begon in 1570. Rond 1650 kwam daar de walvisvaartbij. Daar omheen ontstond een nijverheid van o.a. scheepswerven, touwslagers en traankokers.

Voordat we naar huis gaan nemen we in Graft nog een ijsje bij het kleinste winkeltje van Nederland “Bram en Aagie“ het is(5.4 m2 klein, en je kunt met veel moeite met twee man binnen staan. Vanachter de toonbank werden eerst broden, later groente en tot 1985 sigaren en sigaretten verkocht door Bram en Aagje (in de volksmond Aagie) van Petten. Met trots draagt het Winkeltje nu hun naam. Voor de deur staat de antieke oude broodkar waar Bram nog brood mee ventte. De winkelwaar bestaat nu uit een rijk assortiment echt Oudhollandse snoepgoed zoals ulevellen, stroopsoldaatjes en druivensuiker.